Het taalonderzoek van Kila van der Starre

Kila van der Starre is docent en onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Haar vakgebied? Literatuurwetenschap en neerlandistiek. Ze heeft kort geleden haar proefschrift afgerond, dat in februari 2021 zal verschijnen als gratis e-boek. In dat boek, met de titel Poëzie buiten het boek. De circulatie en het gebruik van poëzie, onderzoekt ze de manieren waarop mensen in Nederland en Vlaanderen poëzie gebruiken in het alledaags leven. De zes casushoofdstukken gaan over straatpoëzie, Plintpoëzie, Candlelightpoëzie, poëzietatoeages, Instagrampoëzie en poëzie in rouwadvertenties. In het boek introduceert Van der Starre onder andere een material reading-techniek, waarbij de betekenis van een gedicht onderzocht wordt op basis van zowel de tekst als de materiële drager van het gedicht.

Wat is je onderzoeksvraag? “In mijn proefschrift staat de vraag centraal op welke manieren mensen poëzie gebruiken, vanuit een bottom-up en inclusief perspectief beschouwd. Dit betekent dat ik vanuit het perspectief van de gebruikers onderzoek wat mensen met gedichten doen, welke dragers poëzie heeft en op welke manieren het gebruik en de drager bijdragen aan de betekenis van die poëzie.”

Hoe ben je op dit onderwerp gekozen? “Tijdens mijn bachelor- en masteropleidingen in Utrecht en Gent ervoer ik een grote kloof tussen de wijze waarop er tussen de muren van de universiteit over poëzie werd gesproken (enkel gedichten uit bundels, enkel poëzie in geschreven vorm en een nadruk op complexiteit, ambiguïteit en structuuranalyse) en de manier waarop poëzie een rol speelde in mijn eigen leven en de levens van velen om mij heen. Ik raakte gefascineerd door de relatie tussen poëzie in bundels en non-boekpoëzie. Uit die fascinatie kwamen veel vragen voort en een deel daarvan probeer ik te beantwoorden in mijn proefschrift.”

Waarom is het belangrijk dat er onderzoek naar wordt gedaan? “Voor een lange tijd zijn bepaalde soorten poëzie, poëziepublieken en poëziegebruiken structureel genegeerd in de literatuurwetenschap. Dat heeft een beeld opgeleverd van poëzie als een klein, beperkt, elitair nichegenre, dat constant op het punt van uitsterven staat. Als je het genre echter breder en inclusiever bekijkt, blijkt poëzie juist wijdverspreid, populair en springlevend te zijn. Die open kijk is essentieel om te begrijpen wat poëzie precies is en betekent, niet alleen nu, aan het begin van de 21e eeuw, maar binnen de complete geschiedenis van het genre.”

In welk stadium van het onderzoek ben je? “Mijn proefschrift is af en goedgekeurd. Op vrijdag 12 februari 2021 mag ik het onderzoek verdedigen, aan de Universiteit Utrecht, om 16:15 uur. Er zal een livestream zijn, dus iedereen die wil kan meekijken.”

Wat vind je het leukst aan onderzoek doen? “Het krijgen van tijd om de antwoorden te zoeken op vragen die je oprecht hebt. Nieuwsgierigheid is de beste motivatie om iets uit te zoeken natuurlijk. Ook geniet ik van het delen van onderzoekresultaten. Ik vind het namelijk belangrijk om bruggen te bouwen tussen de wetenschap en de samenleving. Mijn onderzoeksresultaten interesseren en inspireren bijvoorbeeld leraren Nederlands en literaire organisaties.”

Tegen welke problemen loop je aan tijdens het onderzoek/wat vind je moeilijk aan onderzoek doen? Bij ieder antwoord dat je vindt, krijg je meerdere nieuwe vragen kado, in mijn ervaring. Dat betekent dat onderzoek doen nooit af is en dat is spannend, maar kan ook zeker frustreren, vooral wanneer er toch echt een eindproduct moet komen, zoals een proefschrift. Daarnaast loop ik nu tegen het probleem aan dat het moeilijk is om onderzoekstijd te krijgen. Veel (geestes)wetenschappers uit mijn generatie moeten het met tijdelijke contracten doen en dan geven universiteiten je vaak geen onderzoekstijd naast je onderwijstaken. Het schrijven van voorstellen, bijvoorbeeld om onderzoeksgeld aan te vragen bij NWO, moet je daarom in je vrije tijd doen. Dat is erg frustrerend en niet gezond.”

Wil je een leuke/grappige/opvallende/interessante bevinding met ons delen? “De dichter van wie de meeste gedichten te lezen zijn in de openbare ruimte van Nederland en Vlaanderen is Ida Gerhardt. Zij voelde zich tijdens haar leven miskend en Guus Middag schreef na haar overlijden in NRC dat geen van Gerhardt gedichten klassiekers waren geworden en dat ze geen 'gevleugelde regels' naliet, maar dat blijkt dus niet waar te zijn. De database van https://straatpoezie.nl/, een crowdsourcingswebsite die ik in het kader van mijn onderzoek oprichtte, geeft voor het eerst een beeld van dit soort zaken.”

Wanneer kunnen we meer verwachten? “Ik geef veel workshops en lezingen over poëzie buiten het boek. Gelukkig kan dat ook online. Op http://kilavanderstarre.com/ is een lijst te vinden met aankomende evenementen. Daarnaast werk ik mee aan de poëzie-doe-boeken-reeks woorden temmen en aan https://schrijfakademie.nl/, een platform voor meer creatief schrijfonderwijs in het schoolvak Nederlands. En zodra het weer mag, neem ik groepen mee op straatpoëziewandelingen en -fietstochten door verschillende steden. Zin in!”