Het taalonderzoek van Alex Reuneker

Alex Reuneker is promovendus op het gebied van taalkunde aan de Universiteit Leiden. Hij houdt zich bezig met Media Technology, Literatuurwetenschap en Nederlands. Hij doet onderzoek naar de vorm en functie van voorwaardelijke bijzinnen. Dat zijn meestal zinnen met het voegwoord 'als', als in 'Als je op play drukt, begint de film te spelen'.

Wat is je onderzoeksvraag? "Mijn onderzoeksvraag is in hoeverre je op basis van grammaticale eigenschappen van voorwaardelijke zinnen de relatie tussen de hoofd- en bijzin kunt voorspellen. Vergelijk de volgende zinnen eens: ‘Als je op play drukt, begint de film te spelen.’ en ‘Als de film is begonnen, moet je op play hebben gedrukt.’ Het zijn allebei voorwaardelijke zinnen, maar de relatie in de eerste variant is er een tussen oorzaak en gevolg, terwijl in de tweede variant een relatie tussen een observatie (de film is begonnen) en een conclusie wordt gelegd (er is op play gedrukt). Dat uit zich onder andere in werkwoordstijd en het gebruik van het modale hulpwerkwoord moeten."

Hoe ben je op dit onderwerp gekomen? "Ik volgde een vak over voorwaardelijke zinnen bij mijn huidige copromotor en ik vond het vooral erg interessant dat voorwaardelijke zinnen niet alleen de hele tijd te horen en te lezen zijn maar ook dat er allerlei verschillende vormen zijn."

Waarom is het belangrijk dat er onderzoek naar wordt gedaan? "We argumenteren en redeneren de hele dag door, over allerlei zaken. Luister bijvoorbeeld maar eens naar de huidige crisiscommunicatie: ‘ga naar buiten voor werk als je niet thuis kan werken’. Met dit onderzoek gaan we beter begrijpen hoe de grammaticale vorm bijdraagt aan de functie van voorwaardelijke zinnen."

In welk stadium van het onderzoek ben je? "Het onderzoek is bijna klaar. De resultaten zijn binnen en ik schrijf nu de laatste analyses. Dat is een spannende tijd, want als je al vier jaar met een onderwerp bezig bent, krijg je natuurlijk allerlei ideeën over hoe iets werkt, maar je moet uiteindelijk je onderzoeksresultaten laten spreken."

Wat vind je het leukst aan onderzoek doen? "Ik doe ‘corpusonderzoek’. Dat betekent dat ik de grammatica van het Nederlands onderzoek door veel gesprekken en teksten te analyseren. Die gesprekken en teksten komen uit de politiek en de krant, maar er zitten ook opnames uit keukentafelgesprekken tussen en het blijft intrigerend om te zien hoe ‘echte’ taal afwijkt van wat in de boekjes staat. In veel gesprekken worden zinnen niet afgemaakt, lopen zinnen in elkaar over, en soms begint een persoon een zin, die vervolgens door zijn of haar gesprekspartner wordt afgemaakt."

Wat vind je moeilijk aan onderzoek doen? "Soms zit het, net als bij ander werk uiteraard, tegen en dan is onderzoek soms vrij eenzaam werk. Gelukkig heb ik bij het LUCL leuke collega’s met wie ik altijd even kan sparren of even koffie kan gaan drinken."

Wil je een grappige bevinding met ons delen? "Wat leuk is aan corpusonderzoek, is dat je met echt taalgebruik bezig bent. Je moet niet zomaar getalletjes en statistieken volgen, maar ook altijd naar de teksten zelf moet kijken. Zo kwam ik in informele gesproken teksten een aantal keer het voorwaardelijke voegwoord mits tegen – dat is heel formeel en verwacht je dus niet vaak. Ik ben blij dat ik de teksten even bekeken heb, want een aantal van de mitsen was niet voorwaardelijk gebruikt, maar verwees naar een kat die Mitsie heette en liefkozend werd aangesproken met Mits."

Wanneer kunnen we meer verwachten? "Mijn proefschrift moet deze zomer af zijn en ik hoop in het najaar te promoveren. Iedereen is dan natuurlijk welkom bij de verdediging!"