Het taalonderzoek van Imme Lammertink

Imme Lammertink werkt op dit moment als senior onderzoeker bij Kentalis, een instelling die zorg en onderwijs aanbiedt voor kinderen met taalproblemen. Naast zorg en onderwijs heeft Kentalis ook een grote onderzoeksafdaling (Kentalis academie). Ze volgde de Bachelor Nederlands en de onderzoeksmaster Cognitive Neuroscience (Radbout Universiteit Nijmegen). En ze is gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam. We gingen met haar in gesprek over het onderzoek dat ze nu doet.  

Waar doe je op dit moment onderzoek naar? "Binnen Kentalis ben ik betrokken bij twee verschillende onderzoeken. In het eerste onderzoek gebruiken we een nieuwe technologie om te onderzoeken hoe jonge kinderen (2 jaar oud) woorden leren tijdens het spelen met hun ouder. Met speciale camera’s, die kind en ouder op hun hoofd dragen, volgen we de oogbewegingen van ouder én kind terwijl ze samen spelen. We kijken zowel naar horende ouders met horende kinderen als horende ouders met dove en slechthorende kinderen. Ongeveer 95% van de dove en slechthorende kinderen heeft horende ouders. Veel van deze ouders moeten ineens leren om op een andere manier met hun kind te communiceren. Dat is vaak best lastig en wij kijken welke invloed dit heeft op de interactie tussen ouder en kind. Aangezien kinderen de meeste woorden leren in interactie, verwachten we ook dat dit invloed heeft op het woordleren van het kind.

Voor het tweede onderzoek ontwikkel ik samen met collega’s een digitale voorleesinterventie voor kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Dit onderzoek sluit aan op mijn promotieonderzoek waarin ik het leren van (taal)regels bij kinderen met TOS onderzocht. Kinderen met TOS hebben heel veel moeite met het leren van hun moedertaal. Ze praten vaak in korte, ongrammaticale zinnen, verwisselen klanken en zijn moeilijk te verstaan. Daarnaast hebben ze ook moeite met het begrijpen van wat andere zeggen. De taalproblemen bij deze kinderen hebben geen duidelijk aanwijsbare oorzaak zoals bijvoorbeeld een gehoorverlies, lage intelligentie of neurologische stoornis."

Wat is je onderzoeksvraag? "Tijdens mijn promotieonderzoek heb ik onderzocht waarom kinderen met TOS zoveel moeite hebben met het leren van taalregels. Er bestaan verschillende theorieën over de manier waarop kinderen taal leren. Een van de theorieën stelt dat kinderen taal leren doordat ze gevoelig zijn voor patronen of regelmatigheden in hun taalaanbod. In iedere taal komen bepaalde elementen, zoals klanken, lettergrepen of morfemen, relatief vaak in bepaalde combinaties voor. Bijvoorbeeld, in het Nederlands worden de meeste werkwoorden (2e en 3e persoon) in de tegenwoordige tijd vervoegd als werkwoordstam + (loopt, fietst, danst). Dit betekent dat de kans dat een enkelvoudig onderwerp (hij, jij, Anna) gevolgd wordt door een werkwoordstam + relatief hoog is (hij loopt, jij fietst, Anna danst). Voor mijn proefschrift onderzocht ik of kinderen met TOS minder gevoelig zijn voor dit soort regelmatigheden en patronen in hun taalaanbod dan kinderen zonder TOS."

Hoe ben je op dit onderwerp gekozen? "Als tijdens het eerste jaar van mijn bachelor Nederlandse Taal en Cultuur kwam ik in aanraking met onderzoek naar vroege taalverwerving. Niet alleen wilde ik leren begrijpen hoe kinderen ogenschijnlijk vanzelf hun moedertaal verwerven, ook de methoden om onderzoek naar vroege taalverwerving te doen spraken mij enorm aan. Als student-assistent kwam ik te werken bij het Baby Research Center in Nijmegen en op die manier leerde ik ontzettend veel over de creatieve manieren (veel door middel van oogbewegingen, kijkvoorkeuren of luistervoorkeuren) waarop taalwetenschappers proberen te achterhalen wat baby’s, peuters en kleuters wel of niet weten. Je kan het ze immers nog niet vragen! Tijdens mijn master Cognitive Neuroscience leerde ik vervolgens meer over de verschillende cognitieve mechanismen die ten grondslag kunnen liggen aan het leren van taal én ik ontdekte dat het leren van taal niet voor iedereen vanzelf gaat. Op dat moment realiseerde ik mij ook dat we heel veel over het onderliggende leermechanisme van taal kunnen leren door onderzoek te doen bij kinderen met TOS."

Waarom is het belangrijk dat er onderzoek naar wordt gedaan? "De taalproblemen die kinderen met TOS ervaren hebben een negatief effect op hun sociale leven, schoolprestaties en toekomstperspectief. Kinderen met TOS zijn vaak onzeker en worden veel gepest. In tegenstelling tot andere ontwikkelingsstoornissen zoals autisme en dyslexie hebben nog maar weinig mensen van TOS gehoord. Hierdoor weten ouders en kinderen vaak pas na een lange zoektocht wat er aan de hand is. Aan de ene kant kan onderzoek zorgen voor meer bekendheid over TOS en aan de andere kant is het belangrijk dat we leren te begrijpen waarom deze kinderen zoveel moeite hebben met het leren van hun moedertaal zodat ze beter geholpen kunnen worden."

In welk stadium van het onderzoek ben je? "Mijn promotieonderzoek is inmiddels afgerond. Op 11 juni 2020 heb ik mijn proefschrift verdedigd. Deze verdediging moest vanwege corona digitaal. Dat was heel apart."

 

Wat vind je het leukst aan onderzoek doen? "De variatie! Het hele proces bestaat uit zoveel stappen: een onderzoeksvraag opstellen, bedenken op welke manier en met welke (kindvriendelijke!) methode je deze vraag kan beantwoorden, data verzamelen (veel contact met de kinderen!), data analyseren, data interpreteren en presenteren op congressen en tot slot de resultaten opschrijven en publiceren."

Tegen welke problemen loop je aan tijdens het onderzoek/wat vind je moeilijk aan onderzoek doen? "Ik vind het soms lastig dat je als onderzoeker maar een heel klein stukje van een gigantisch groot vraagstuk (“Hoe leren kinderen taal?”) kan oplossen. Het is een proces waarbij je op de lange termijn resultaat ziet, maar je je op de korte termijn soms afvraagt wat jouw studies bijdragen anders dan het oproepen van heel veel nieuwe vragen."

Wil je een interessante bevinding met ons delen? "Een interessante bevinding uit mijn proefschrift is dat we vonden dat kinderen met TOS meer moeite hadden met het ontdekken van patronen in een verzonnen taal dan kinderen zonder TOS. Wanneer we de kinderen met TOS patronen lieten herkennen in een visueel niet-talige taakje ontdekten zij de patronen wel! Dat betekent dat de kinderen met TOS dus wel degelijk patronen herkennen. Dit biedt perspectief voor het ontwikkelen van interventies: wellicht wordt het leren van taalstructuur makkelijker voor deze kinderen wanneer we het visualiseren."

Wanneer kunnen we meer verwachten? "Mijn proefschrift is al te lezen via deze link. Daarnaast heb ik ook een visuele samenvatting van mijn onderzoek gemaakt: zie hier. De eerste resultaten van de onderzoeken waar ik op dit moment aan werk verwacht ik begin 2022 te hebben."